05 May 2011
French
Een eerste - voorzichtige - stap in de
gelijkschakeling arbeiders- en bediendenstatuut. Sommige bedienden
zien hun opzegtermijn met 60% dalen.
Brussel, 5 mei 2011 - Het Belgisch Staatsblad
publiceerde op 28 april 2011 de Wet van 12 april 2011 tot
uitvoering van het Interprofessioneel Akkoord. Deze wet bevat onder
andere de nieuwe bepalingen met betrekking tot de beëindiging van
de arbeidsovereenkomsten. De nieuwe regels zullen gelden voor
arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering, zoals overeengekomen
tussen de partijen, aanvangt vanaf 1 januari 2012.
De advocaten Stefan Nerinckx en Olivier Rijckaert van het
advocatenkantoor Field Fisher Waterhouse hebben de bepalingen
geanalyseerd en formuleren hun eerste commentaren.
Nieuwe regels voor arbeiders
Voor de arbeiders waarvan het contract wordt uitgevoerd ten
vroegste op 1 januari 2012 zullen de opzegtermijn variëren van 28
tot 129 dagen, naargelang de anciënniteit van de werknemer.
Vergeleken met de basisopzegtermijnen (CAO 75) vandaag van
toepassing betreft het een verhoging met 15%.
Nieuw is dat de periode tijdens dewelke de arbeider
tewerkgesteld was als uitzendkracht bij dezelfde werkgever in
aanmerking wordt genomen voor de berekening van de anciënniteit met
een maximum van één jaar.
De wet voorziet ook de betaling aan de arbeider van een
'ontslaguitkering' met een bedrag tussen de 1.250 en 3.750 EUR, in
functie van de anciënniteit. Deze ontslaguitkering is ten laste van
de RVA, en niet van de werkgever.
Nieuwe regels voor de bedienden
Merk op dat voor bedienden die minder dan 30.535 EUR bruto per
jaar verdienen, de opzegtermijn nog altijd 3 maanden per begonnen
periode van 5 dienstjaren bedraagt. In dit geval verandert er dus
niets.
De situatie voor de bedienden die 30.535 EUR bruto per jaar of
meer verdienen wijzigt aanzienlijk. De wet voorziet alleen
minimumtermijnen voor deze categorie: ofwel bereiken de partijen
een akkoord ofwel zal de rechter zich dienen uit te spreken. In de
praktijk zullen werkgevers en werknemers gebruik maken van diverse
statistische formules, zoals de Claeys formule om een redelijke
opzegtermijn te berekenen. Deze formules houden in het algemeen
rekening met de leeftijd, de anciënniteit en het salaris.
Voor de arbeidsovereenkomsten die uitgevoerd worden vanaf 1
januari 2012 zullen de opzegtermijnen vastgesteld zijn bij wet. De
opzegtermijn bedraagt in principe 30 dagen per begonnen jaar
anciënniteit zonder evenwel lager te mogen zijn aan de minimum
opzegtermijn van toepassing op werknemers die minder dan 30.535 EUR
verdienen per jaar.
Vanaf 2014 zal de opzegtermijn 29 dagen per begonnen jaar
anciënniteit bedragen. De anciënniteit als uitzendkracht zal ook in
aanmerking worden genomen met een maximum van één jaar.
Dit betekent een omwenteling in het arbeidsrecht. De huidige
wetgeving laat immers heel wat ruimte voor onderhandelingen over de
modaliteiten van het ontslag wat aanleiding geeft tot heel wat
geschillen.
In de toekomst zullen de arbeidsgerechten geen kennis meer
hoeven te nemen van geschillen over de lengte van de
opzegtermijn.
Enkele overwegingen
- De nieuwe regeling is zeer statisch: er wordt bv geen rekening
gehouden met de situatie op de arbeidsmarkt
- De opzegtermijnen voor arbeiders verhogen niet aanzienlijk; die
voor bedienden dalen niet aanzienlijk; er is met andere woorden
slechts een geringe toenadering tussen de statuten; volgens de
nieuwe regels heeft een arbeider met een anciënniteit van 25 jaar
recht op 129 dagen opzegtermijn en een bediende met dezelfde
anciënniteit een opzegtermijn van 750 dagen.....
- Oudere werknemers met een korte anciënniteit geven aanleiding
tot lagere opzegtermijnen dan in de vroegere regelingen; zij zullen
in de toekomst wellicht sneller worden aangeworven (opgelet voor de
brugpensioenleeftijd)
- de wet is slechts van toepassing op arbeidsovereenkomsten
waarvan de uitvoering ten vroegste op 1 januari 2012 start.
Verwacht mag worden dat de arbeidsgerechten ook op
arbeidsovereenkomsten die uitgevoerd werden voor 1 januari 2012
reeds de nieuwe regelingen zullen toepassen ten nadele van
bijvoorbeeld de formule Claeys
- De nieuwe wet vertaalt bovendien een bepaalde praktijk die
reeds jaren kan worden waargenomen in vonnissen en arresten: het
toekennen van een opzegtermijn van 1 maand per begonnen jaar
anciënniteit.
- Het zijn vooral bedienden met hoge lonen en zeer lage
anciënniteit die een aanzienlijke daling van de opzegtermijn mogen
verwachten ten opzichte van de huidige praktijken; simulaties geven
een daling aan tot 60% in sommige gevallen.
- Volgens de Raad van State zou de wet onvoldoende de
gelijkschakeling tussen arbeiders en bedienden bewerkstelligen;
bovendien dient het Grondwettelijk Hof zich binnenkort (in het
kader van een prejudiciële vraag) uit te spreken over het al dan
niet discriminerend karakter van het verschil in behandeling
omtrent opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden. Benieuwd of het
Hof de nieuwe wet een voldoende aanpassing zal vinden....
Contacteer voor meer informatie:
Stefan
Nerinckx (NL) of Olivier Rijckaert
(F)
Partners - Advocaten Field
Fisher Waterhouse LLP
Telefoon : 02 742 70 46
Email: stefan.nerinckx@ffw.com of
olivier.rijckaert@ffw.com